JAARVERSLAG 2015 BLOKKER HOLDING

Toelichting op de Geconsolideerde Balans



1. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

Het verloop van de immateriële vaste activa is als volgt weer te geven:



De immateriële vaste activa hebben voornamelijk betrekking op software/licenties en websites.

2. MATERIËLE VASTE ACTIVA

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven:



De post ‘Gebouwen en terreinen’ heeft voornamelijk betrekking op verbouwingen in gehuurde panden.

FINANCIËLE VASTE ACTIVA

3. DEELNEMINGEN

De post deelnemingen betreft een belang van 99,99% in Casa Holding B.V. (€ 269 miljoen) en een belang van 20% in Dennenhoorn B.V. (€ 1 miljoen), beide gevestigd te Laren. 
In 2014 heeft Blokker Holding B.V. één aandeel in het geplaatst kapitaal van Casa Holding B.V. overgedragen aan een gelieerde vennootschap buiten de groep van Blokker Holding B.V. Vervolgens is een aandeelhoudersovereenkomst gesloten, waarin is overeengekomen dat Blokker Holding B.V. de beleidsbepalende zeggenschap over Casa Holding B.V. en haar deelnemingen met ingang van boekjaar 2014/15 overdraagt.Met de wederpartij is afgesproken dat:

  • de beleidsbepalende zeggenschap over Casa Holding B.V. en haar deelnemingen weer terugkomt bij Blokker Holding B.V. als er een wijziging in het bestuur van de wederpartij plaatsvindt;
  • Casa Holding B.V. op dat moment een eigen vermogen zal hebben gelijk aan het eigen vermogen ultimo boekjaar 2013/14 (€ 269 miljoen);
  • Blokker Holding B.V. gedurende de tussenliggende periode recht heeft op een jaarlijkse vergoeding van 1% van het eigen vermogen ultimo 2013/14, welke zal worden uitbetaald op het moment dat de beleidsbepalende zeggenschap weer terugkomt.
Het bedrag van de jaarlijkse vergoeding (€ 2,7 miljoen) is onder de financiële baten verantwoord. De deelneming Casa Holding B.V. wordt met ingang van boekjaar 2014/15 gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zijnde de nettovermogenswaarde per 26 januari 2014, tot het moment dat de beleidsbepalende zeggenschap weer wordt overgedragen aan Blokker Holding B.V. 

4. VORDERINGEN OP DEELNEMINGEN EN OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA



Met uitzondering van actieve belastinglatenties hebben de mutaties in het boekjaar betrekking op verstrekte geldmiddelen en terugbetalingen, en op de hiervoor genoemde jaarlijkse vergoeding op de deelneming Casa Holding B.V.
De vorderingen op gelieerde ondernemingen en de overige vorderingen betreffen renteloze vorderingen en hebben voor een bedrag van € 0,9 miljoen een looptijd korter dan 1 jaar.

5. VOORRAAD HANDELSGOEDEREN

In verband met de mutatie van de voorziening voor incourantheid is een bedrag van € 19,2 miljoen ten gunste van de winst- en verliesrekening gekomen (2014/15: last van € 8,2 miljoen). Het bedrag van de voorziening voor incourantheid is € 53,5 miljoen (2014/15: € 72,7 miljoen).

VORDERINGEN

6. HANDELSDEBITEUREN

Het bedrag van de voorziening wegens oninbaarheid is € 3,1 miljoen (2014/15: € 3,3 miljoen).

7. OVERIGE VORDERINGEN

Onder de overige vorderingen is begrepen een bedrag van € 18,3 miljoen (2014/15: € 25,3 miljoen) ter zake van winstbelasting.
De overige vorderingen bevatten voorts van leveranciers te ontvangen bedragen uit hoofde van bonussen, retouren en crediteringen (€ 23,2 miljoen; 2014/15: € 24,0 miljoen), vorderingen op gelieerde ondernemingen (€ 4,1 miljoen; 2014/15: € nihil), te verzilveren waardebonnen (€ 3,1 miljoen; 2014/15: € 2,9 miljoen), te vorderen omzetbelasting (€ 0,8 miljoen; 2014/15: € 1,0 miljoen) en andere vorderingen (€ 1,9 miljoen; 2014/15: € 4,2 miljoen).

8. OVERLOPENDE ACTIVA

De overlopende activa bevatten vooruitbetaalde huisvestingskosten (€ 19,3 miljoen; 2014/15: € 20,4 miljoen), overige vooruitbetaalde kosten (€ 4,4 miljoen; 2014/15: € 7,6 miljoen), voorraad niet-handelsgoederen inclusief verpakkings- en reclamemateriaal (€ 5,0 miljoen; 2014/15: € 5,3 miljoen) en overige overlopende activa (€ 2,5 miljoen; 2014/15: € 1,5 miljoen).



9. BELASTINGEN

De actieve en passieve belastinglatenties omvatten het belastingeffect van de verrekenbare en belastbare tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale winstbepaling. Het verloop van beide balansposten kan als volgt worden weergegeven:



Het totaalbedrag van fiscale verliezen dat niet in de waardering van belastinglatenties is verwerkt, is circa € 5,8 miljoen (2014/15: € 5,8 miljoen).

10. OVERIGE VOORZIENINGEN

Het verloop van de overige voorzieningen kan als volgt worden weergegeven:



Van de voorziening voor herstructurering heeft circa € 26,2 miljoen (2014/15: € 27,1 miljoen) een looptijd korter dan 1 jaar.
Ten laste van de garantievoorziening komen de kosten die voortvloeien uit het honoreren van garantieclaims. De dotaties en onttrekkingen zijn in het verloopoverzicht gesaldeerd. De gehele voorziening heeft een looptijd korter dan 1 jaar.
Van de jubileumvoorziening heeft circa € 0,5 miljoen (2014/15: € 0,5 miljoen) een looptijd korter dan 1 jaar. Van de voorziening procedures heeft circa € 2,1 miljoen (2014/15: € 0,9 miljoen) een looptijd korter dan 1 jaar.
De overige voorzieningen betreffen onder meer een voorziening voor groot onderhoud ad € 0,5 miljoen (2014/15: € 0,5 miljoen) en een voorziening voor ziekengeld ad € 0,6 miljoen (2014/15: € 0,4 miljoen). De voorziening voor groot onderhoud houdt verband met toekomstig groot onderhoud aan de panden in eigendom, en is nagenoeg geheel langlopend. Van de voorziening ziekengeld heeft circa € 0,5 miljoen (2014/15: € 0,3 miljoen) een looptijd korter dan 1 jaar.

LANGLOPENDE SCHULDEN

11. SCHULDEN AAN DEELNEMINGEN EN OVERIGE SCHULDEN

De schulden aan deelnemingen bedragen € 138,0 miljoen (2014/15: € 162,0 miljoen) tegen rentepercentages variërend van 1,0% tot 2,2%. De overige schulden betreffen schulden aan gelieerde ondernemingen voor een bedrag van € 115,5 miljoen (vorig jaar: € 131,7 miljoen). De rentepercentages variëren van 0,25% tot 2,0% (2014/15: 0,33%); deze rentepercentages zijn gerelateerd aan de 3- en 12-maands euribor, en aan de 3-jaars swap rente. Van alle leningen is de looptijd langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar. Er zijn geen zekerheden gesteld.

KORTLOPENDE SCHULDEN

12. BELASTINGEN EN PREMIES SOCIALE VERZEKERINGEN



13. OVERLOPENDE PASSIVA



14. NIET UIT DE GECONSOLIDEERDE BALANS BLIJKENDE INFORMATIE

HUUR- EN LEASEVERPLICHTINGEN
Op grond van langlopende lease- en huurovereenkomsten dient in 2016/17 een bedrag van circa € 219 miljoen (vorig jaar: € 228 miljoen) te worden betaald. Jaarlijks expireren contracten. Een aantal per balansdatum lopende contracten heeft een resterende looptijd van één tot vijf jaar (totaal huur-/leasebedrag circa € 485 miljoen) en een aantal contracten heeft een resterende looptijd van meer dan vijf jaar (totaal huur-/leasebedrag circa € 316 miljoen).

BANKGARANTIES EN ACCREDITIEVEN
In verband met bankgaranties en accreditieven is een bedrag van circa € 13 miljoen (vorig jaar: € 19 miljoen) geblokkeerd op de bankrekeningen, waarvan € 12 miljoen bij Nederlandse vennootschappen (vorig jaar: € 15 miljoen).

INVESTERINGSVERPLICHTINGEN
De investeringsverplichtingen ultimo 2015/16 bedragen circa € 6,9 miljoen (vorig jaar: € 7,4 miljoen).

INKOOPVERPLICHTINGEN
De per balansdatum uitstaande inkoopverplichtingen bedragen circa € 177 miljoen (vorig jaar: € 210 miljoen).

15. FINANCIËLE INSTRUMENTEN

ALGEMEEN
De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de onderneming blootstellen aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de onderneming een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de onderneming te beperken. 
De onderneming zet afgeleide financiële instrumenten (valutatermijncontracten) in om risico’s te beheersen. Afgeleide instrumenten worden niet ingezet voor handelsdoeleinden.

KREDIETRISICO  
De onderneming loopt kredietrisico over leningen en vorderingen opgenomen onder financiële vaste activa, handels- en overige vorderingen, liquide middelen en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten. De verkopen in eigen winkels worden contant afgewikkeld, zodat hierover geen risico wordt gelopen. Op het moment dat onzekerheid bestaat omtrent het innen van (een gedeelte van) een vordering wordt een voorziening voor oninbaarheid gevormd voor het bedrag waaromtrent onzekerheid bestaat. Aanwending van de voorziening vindt plaats zodra onvoldoende uitzicht bestaat op het innen van de vordering.
Het maximale kredietrisico dat de onderneming loopt is € 116,4 miljoen, bestaande uit langlopende vorderingen (€ 12,7 miljoen), handelsdebiteuren (€ 25,4 miljoen), overige kortlopende vorderingen (€ 32,4 miljoen), liquide middelen (€ 44,9 miljoen) en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten (€ 1,0 miljoen). 
Bij de bewaking van het kredietrisico worden klanten beoordeeld op kredietkenmerken, waaronder bedrijf/particulier, geografische locatie, ouderdom/looptijd en eventuele eerdere financiële problemen. Handelsdebiteuren hebben met name betrekking op de franchisenemers en groothandelsklanten. Bij franchisenemers is sprake van tegenpartijen waarmee een lange relatie bestaat en goederen onder eigendomsvoorbehoud worden geleverd.
De langlopende vorderingen betreffen met name vorderingen op gelieerde ondernemingen, waarborgsommen en overige vorderingen. De overige kortlopende vorderingen bevatten naast te vorderen winstbelastingen met name van leveranciers te ontvangen bedragen uit hoofde van bonussen, retouren en crediteringen. Dit betreft leveranciers waarmee een lange relatie bestaat.

RENTERISICO
De onderneming loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden. Over alle uit de balans blijkende rentedragende schulden wordt een marktconforme rente betaald. Er zijn geen instrumenten in verband met het afdekken van renterisico’s afgesloten.
De onderneming heeft vastrentende leningen opgenomen voor € 138,0 miljoen (1%-2,2%) en leningen met een variabele rente voor € 115,5 miljoen (0,25%-2%). 

VALUTARISICO
Als gevolg van de inkopen van goederen in andere valuta dan de euro loopt de onderneming over in de balans opgenomen liquide middelen en schulden aan handelscrediteuren alsmede toekomstige transacties een valutarisico van met name Amerikaanse dollars (USD).
Het beleid van de onderneming is om tot 50% van de zeer waarschijnlijke toekomstige kasstromen uit inkooptransacties voor de eerstvolgende 6 tot 12 maanden af te dekken met valutatermijncontracten. De valutatermijncontracten worden tegen kostprijs gewaardeerd zolang de afgedekte positie nog niet in de balans is verwerkt. 

LIQUIDITEITSRISICO
De onderneming heeft een langlopende liquiditeitsfaciliteit met een gelieerde partij. Deze faciliteit is na balansdatum vastgelegd. De onderneming heeft hiermee een 3-jaars faciliteit (met een verlengingsoptie van 3 jaar) van maximaal € 415 miljoen met een vast deel van € 110 miljoen en een werkkapitaalfinanciering van € 305 miljoen. Beide delen van de faciliteit hebben een rente van euribor + 2%. Er zijn geen convenanten afgesproken of zekerheden gesteld. De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsprognoses. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat ook voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft.

REËLE WAARDE  
De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instrumenten benadert de boekwaarde daarvan. De reële waarde is de contante waarde van toekomstige kasstromen gebaseerd op een rente die per balansdatum zou gelden voor gelijksoortige leningen vermeerderd met een risicopremie voor iedere individuele lening. 
De reële waarde van valutatermijncontracten is op balans­datum € 1,0 miljoen positief (vorig jaar: € 11,4 miljoen positief).